|
|
|
Van man naar vrouw in Thailand.
Jose (62) is een elegante verschijning. Witte
pantalon, rood bloesje erboven en bijpassende
rode pumps en kralenketting. Trots stroopt ze
haar broekspijpen op. ‘Kijk, echte vrouwenbenen,
vind je niet?’Tot vier jaar terug ging Jose door
het leven als man. Ze was 24 jaar getrouwd,
kreeg ‘een schoonheid van een dochter’ en liet
aan niemand merken dat ze eigenlijk een vrouw in
een mannenlichaam was. Toen haar huwelijk in een
scheiding eindigde, besloot Jose dat ze wilde
worden wie ze altijd al was: een vrouw.

Ze meldde zich aan bij het zorgcentrum
Genderdysforie van het VU medisch centrum. Een
speciaal team stelt daar vast of mensen die zich
aanmelden (ongeveer 150 per jaar) ook echt
transseksueel zijn.
Het traject van de VU duurt Jose te lang. ‘Pas
vijftien maanden na mijn aanmelding kon ik
beginnen met mijn hormoonbehandeling. Daarna zou
ik nog meer dan twee jaar moeten wachten op mijn
operatie. Terwijl ik ondertussen wel als vrouw
leefde. Via een speciale nieuwsgroep op internet
kwam ik terecht bij de kliniek van dokter Suporn
in Thailand. Ik bekeek de folders met foto’s van
zijn werk en besloot mijn geslachtsoperatie daar
te laten doen. Ik heb 10.000 euro geleend van
vrienden, ben naar Thailand gereisd en drie
dagen na aankomst lag ik op de operatietafel.’
Jose is niet de enige transseksueel die naar het
buitenland vertrekt voor een vaginaplastiek of
een penisconstructie. In Nederland duurt het
jaren voordat een transseksueel na aanmelding
ook echt geopereerd kan worden. Transen worden
soms ongeduldig en vertrekken naar Thailand,
Belgie, Canada of de Verenigde Staten. Ook
kiezen ze voor een borstvergroting steeds vaker
voor het goedkopere Thailand, Belgie of Turkije,
nu verzekeraars borstvergrotingen of protheses
niet meer vergoeden.
Transseksuelen wisselen op internet tips uit
over de beste buitenlandse artsen. Een vijftal
Thaise chirurgen is populair; hun
operatietechnieken doen zeker niet onder voor
het westen, maar de prijs ligt aanzienlijk lager
en patienten worden razendsnel geholpen.
Klinieken maken reclame op sites, met foto’s
waar nieuwe vagina’s te bewonderen zijn.
Jose’s plastisch chirurg Suporn Watanyusakul in
Bangplasoi staat goed aangeschreven. Een
woordvoerster van de kliniek: ‘Wij opereren zo’n
tweehonderd buitenlandse patienten per jaar. Zij
komen voor de geslachtsoperatie, maar ook om met
plastische chirurgie het gezicht vrouwelijker te
maken. Het merendeel van onze patienten komt uit
de Verenigde Staten. De laatste vier jaar komen
Nederlandse transseksuelen ook naar ons toe,
inmiddels zijn het er zeven tot tien per jaar.’
Ook andere Thaise klinieken vertellen dat
Nederlandse transen het land vaker weten te
vinden. Het Preecha Institute, waar een
geslachtsoperatie al voor 8.600 dollar mogelijk
is, spreekt over gemiddeld tien Hollandse
patienten per jaar. Daar zitten ook
transseksuelen tussen die alleen voor een
borstvergroting komen.
Mick Trotsenburg, directeur van het zorgcentrum
Genderdysforie van het VUmc is niet blij met de
operaties in het buitenland. Vooral de
geslachtsoperaties in het verre Thailand zitten
hem dwars. ‘We weten niet precies hoe vaak het
gebeurt, maar het gaat wel om een aanzienlijk
aantal patienten. In Nederland werken we volgens
een secuur protocol. Een team van psychologen,
psychiaters en artsen bekijkt of iemand ook echt
transseksueel is en een nieuw leven als man of
vrouw aankan. De transformatie is heel zwaar,
dus het is belangrijk dat het zorgvuldig gebeurt.’
In Thailand is een verklaring dat de patient
transseksueel is voldoende om geopereerd te
worden. Trotsenburg: ‘Iedereen kan daar zo’n
verklaring opstellen. Ons zorgvuldige proces
wordt daar overgeslagen.’
En dan zijn er nog de complicaties. Bij
geslachtsoperatie kan van alles mis gaan. Mick
Trotsenburg: ‘De huid die is gebruikt voor de
constructie van de vagina kan afsterven en er
kunnen ernstige infecties ontstaan. Bovendien is
het resultaat – ook in Nederland – esthetisch
niet altijd in een keer goed. Als het misgaat,
zijn patienten te ziek om op het vliegtuig te
stappen en er moet soms snel ingegrepen moet
worden. Dan komt het op ons bordje terecht. Dat
is al een paar keer gebeurd..’
Ook Jose kreeg een ernstige complicatie. ‘De
huid van mijn nieuwe vagina werd helemaal rauw.
Ik werd gek van de pijn. Ik mailde met de
kliniek in Thailand, maar ik kreeg steeds te
horen dat het vanzelf over zou gaan. Toen ik er
echt niet meer tegen kon, ging ik naar de VU. Ik
kreeg onmiddellijk medicijnen tegen infecties en
moest acuut opnieuw onder het mes. Dat ging
allemaal maar net goed. Toch ben ik blij dat ik
het zo heb gedaan, anders was ik nu nog niet
geopereerd.’
|
Thailand
Onderhandelen over bruidsprijs
Trouwen met een Thaise betekent betalen
Door: John Sarbach
Trouwen met een Thaise is ‘really easy, honey’,
zei Sothaporn tegen haar Nederlandse vriend
John. Ze huwen dit jaar, maar eerst moet John
bij zijn schoonouders komen. Daar valt het
begrip ‘Sinsod.’
Ik zit in Isaan, de armste provincie van
Thailand. De meeste mensen verdienen hier minder
dan 3.000 Bath (ongeveer 65 euro) per maand.
Sothaporn Saiphin (34), mijn vriendin en
aanstaande, heeft me meegenomen naar het huis
van haar ouders in Patio, bij de grens met Laos.
Het is ochtend en ik geniet nog even van de
koele wind, straks wordt het weer tegen de 40
graden aan. Mijn toekomstige schoonouders, de
oudste zus en de jongste broer van Sothaporn
schuiven aan. En ten slotte ook mijn aanstaande
zelf. De spanning stijgt met de minuut. Dan zegt
vader iets in Isaan, een soort Fries voor
Hollanders. Schoonpa wil weten of ik klaar ben
voor ‘Sinsod’.
Echte liefde
Ik heb mijn vriendin ontmoet in Bangkok. Toen ik
haar zag staan sloegen de vonken meteen over,
liefde op het eerste gezicht. Van beide kanten.
Dat weet ik zeker. Want ook ik ken de verhalen
over Thaise vrouwen. Mannen die massaal voor hun
charme vallen en vervolgens financieel worden
uitgekleed. Thaise Schatjes van Charles
Schwietert is een goed leerboek. Net als
iedereen in dat boek dacht ik ‘mijn vriendin is
anders. Die doet dat niet. Dit is echte liefde.’
En dus vroeg ik haar ten huwelijk. Want trouwen
is ‘really easy’ in Thailand, had ze me
verzekerd.
Maar nu zit ik bijna 10.000 kilometer van huis
en moet over Sinsod gaan onderhandelen; een
bruidsprijs. Dat vertelde Sothaporn me pas toen
ik weer thuis was. Achteloos, tijdens een van de
dagelijkse skypegesprekken. Ik hoorde haar uit:
hoe gaat het in zijn werk en hoeveel gaat het me
kosten? Ze praat er niet graag over, maar beetje
bij beetje komt eruit dat de Sinsod een soort
afkoopsom is. Alleenstaande vrouwen (en soms ook
mannen) sturen elke maand geld naar hun ouders.
Als dank voor de goede opvoeding, maar vooral om
de ouders een goede oude dag te geven. Als je
trouwt en je voor je eigen familie moet zorgen,
word je grotendeels van deze plicht ontslagen.
Maar de ouders moeten ook in hun onderhoud
blijven voorzien. En daarom is het gebruikelijk
dat de bruidegom bij de bruiloft een bedrag
betaalt voor zijn bruid. Tijdens de bruiloft
wordt het op een grote schaal gelegd. Zodat
iedereen kan zien dat Sothaporn een goede partij
aan de haak heeft geslagen.

Openingsbod
Als ‘farang’ (westerling) word ik geacht rijk te
zijn en moet ik meer voor mijn bruid betalen dan
een Thaise man zou moeten. Mijn aanstaande vader
doet een openingsbod; 100.000 bath (2.200 euro).
Moeder vindt dat te weinig en eist 50.000 bath
meer. Ik probeer er rustig en cool uit te zien,
maar ‘Ik ben hier mijn vrouw aan het kopen’,
schiet steeds door mijn gedachten. Ik ga toch
akkoord: Sothaporn kost me 150.000 bath (3.200
euro). Ik slaak een zucht van opluchting. Dat
hebben we achter de rug.
Maar dan vraagt moeder 10 bath aan goud. Ik snap
er niks van. Hoeveel goud kun je voor 22
eurocent nu kopen? Ik vraag het, maar krijg er
geen antwoord op. Ik besluit dat het wel iets
symbolisch zal zijn en ga akkoord. Een blunder
van jewelste. Want na een paar dagen krijg ik
een mailtje van een kennis die al eerder met dit
bijltje gehakt heeft. Bath is niet alleen de
lokale munt, maar ook een inhoudsmaat: 15,24
gram. Ik maak snel een rekensom. 150 gram met de
huidige goudprijs: nog eens 150.000 bath! Dit
goud is voor de bruid, om haar financieel niet
afhankelijk te laten zijn van haar man. Als ze
geld nodig heeft, kan ze het goud verpanden.
Maar 6.500 euro wordt me te veel en ik suggereer
dat het hele feest niet doorgaat.
Gezichtsverlies
Met tranen in haar ogen begint mijn aanstaande
druk met haar familie te bellen. En ineens is
alles weer open. Ik stel dat ik niet wil dat
haar ouders een slechte oude dag hebben.
Sothaporn stelt dat ik het goud mag laten zitten.
Uiteindelijk wordt besloten om voor de bruiloft
dan maar overal goud vandaan te halen. Dat
daarna gewoon weer naar de eigenaren terug gaat.
Ook dat is Thailand. Meesters in het voorkomen
van gezichtsverlies.
|
|
Reisverhaal : Alleen naar Pattaya !
Alfred is 46 en zijn drogisterij in Enschede loopt geheel op rolletjes.
Dat kun je niet meer van zijn huwelijk zeggen. Drie jaar geleden
besloten hij en Nancy, na een huwelijk van bijna 20 jaar, te gaan
scheiden. Zij had al langere tijd een vriend, maar Alfred merkte daar
nooit iets van, hij was druk bezig met de drogisterij. Na zijn scheiding
had hij hulp nodig in de winkel, zijn vrouw was er immers niet meer. Een
meisje met een oosters uiterlijk van 18 jaar werd aangenomen en in de
afgelopen 3 jaar had zij zich tot een zelfstandige winkelchef ontwikkelt.
Alfred keek vaak 'stiekem' naar haar. Hij vond haar erg aantrekkelijk en
de laatste tijd droomde hij zelfs van haar. Niet dat hij haar ooit
aanraakte hoor, nee zoiets dat doet Alfred niet. Maar dromen dat kan wel.
Nu zijn winkelmeisje hem prima kon vervangen wilde Alfred wel eens op
vakantie. Dat was hij al heel lang niet meer geweest. Van een kennis die
ooit eens naar Pattaya in Thailand was geweest had hij verhalen
aangehoord die enige overeenkomsten hadden met zijn dromen over het
Aziatische winkelmeisje. Op een dag was het zover. Alfred reisde naar
Bangkok, vandaar door naar Pattaya. In de middag was hij lekker naar het
strand geweest, lekker eten en tsjaa....inderdaad ook lekkere meiden. Na
het avondeten ging Alfred een stukje wandelen. Nou ja....wandelen? Hij
tuimelde bijna van de ene in de andere girlie-bar. Overdag merkte je
daar niets van maar in de avond was alles anders. Alfred werd
overdonderd door 'brutale' meiden die hem aanspraken. Iets terugzeggen
durfde Alfred niet. Alle dames waren zo mooi, nog mooier, nog...... dan
in zijn dromen over zijn winkelmeisje. Maar in deze drukte met harde
muziek voelde Alfred zich niet erg op zijn gemak. Bovendien waren de
dames wat al te vrijpostig, zou vond Alfred. Dus wat doet een drogist
uit Enschede dan, die zoekt een gelegenheid uit, waar hij zittend aan de
bar rustig een flesje bier kan drinken het geheel rustig bekijkend. Na
een paar minuten komt er, enkele barkrukken verderop, een mooie vrouw
zitten. Eerst doet Alfred net of hij haar niet opgemerkt heeft, hij
kijkt net als in de winkel, stiekem naar haar. Langzaam wordt hij iets
brutaler en bij het tweede flesje bier kijkt hij haar kant op. Hun
blikken kruisen elkaar, het meisje slaat verlegen haar ogen neer. Dit is
meer het niveau van Alfred, geen brutale blikken deze keer. Nu moet hij
nog bedenken hoe hij met haar in contact komt. Naar haar toelopen durft
hij niet echt. Na een paar minuten, als zij weer zijn richting uitkijkt,
wijst hij op zijn flesje bier en maakt een gebaar van 'wil je ook iets
drinken?' Het meisje lacht verlegen maar komt op de kruk naast hem
zitten. Ze wil gewoon een softdrink, geen bier. Veel Engels spreekt het
meisje niet. Alfred is ook niet echt een versierder, dus de communicatie
verloopt stroef en langzaam. Maar na een uurtje weet Alfred dat ze Noi
heet, 24 jaar en gescheiden is en uit de plaats Korat komt. Niet dat
Alfred weet waar dat ligt, maar je moet het toch ergens over hebben. Zo
blijkt ze ook nog een dochter van 4 jaar te hebben, die woont bij Oma.
En.....Alfred hoort goedkeurend aan dat ze hier vandaag voor het eerst
is. Ze komt hier dan wel om geld te verdienen, maar zij is toch echt
anders dan al die anderen.
De vakantie dagen vliegen voorbij en Alfred is al ruim een week verliefd.
Hij heeft nog geen minuut aan de drogisterij gedacht. Natuurlijk, hij
betaald voor haar gezelschap, maar dat geld is eigenlijk voor de oma.
Voor de opvoeding van haar dochter. Niets ordinairs dus, Alfred voelt
het zelfs als een soort plicht. Op de laatste vakantiedag breekt bij
Alfred een beetje paniek uit. Hij is stapel verliefd en wil Noi nooit
meer kwijt raken. Samen bespreken ze hun toekomst. Alfred geeft haar
voldoende geld om uit de bars te blijven en in Korat haar kind te kunnen
opvoeden. Binnen 3 maanden zal hij bij haar terugkeren en zullen ze
samen naar een woning gaan zoeken. Het afscheid is erg moeilijk, maar ze
kunnen wel bellen of email contact onderhouden.
Terug in Nederland treft Alfred de drogisterij in uitmuntende toestand
aan. Zijn winkelchef heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de boel
eens lekker te veranderen en Alfred moet toegeven: Het ziet er zelfs
beter uit dan ooit. Dit geeft hem een goed gevoel voor de toekomst, want
hij wil toch zo spoedig mogelijk terug naar Noi. Als Alfred de volgende
dag zijn email ophaalt treft hij tot zijn opluchting een bericht van Noi
aan. Helaas is het niet zo'n heel goed bericht, want Noi's dochter is
ernstig ziek geworden heeft op korte termijn medische hulp nodig. Dit
kan echter niet betaald worden en Noi vraagt zich af of zij dan maar
weer terug naar de bar in Pattaya moet gaan. Alfred schrikt zich rot,
vooral van de laatste opmerking. Hij heeft haar telefoonnummer en
rekening houdend met het tijdverschil belt hij haar dezelfde dag op om
te vragen om hoeveel geld het precies gaat. De (omgerekend) 1000 euro
maakt hij nog dezelfde dag naar Noi over. Hij leest en herleest Noi's
mail en iedere keer weer bonkt zijn hart in zijn keel bij de opmerking 'terug
naar de bar in Pattaya'. Wat hem wel opvalt is het goede Engels waarin
de mail geschreven is. Met een 'Nou ja, ze zal er wel een vriendin
bijgehaald hebben', stelt hij zichzelf gerust. Twee dagen later ontvangt
Alfred een nieuwe mail. De operatie is geslaagd, de dochter al een heel
stuk beter en......Noi heeft een zeer fraai huis voor hun beiden op het
oog. Ze hoopt dat het nog te koop is als Alfred terug is. Ook vraagt Noi
of haar dochter dan bij hun kan komen wonen. Alfred heeft zelf geen
kinderen en voelt zijn egootje glimmen. Snel mailt hij Noi dat hij dat
een goed plan vind en vraagt of het mogelijk is een soort aanbetaling op
het huis te doen zodat ze binnenkort samen er een besluit over kunnen
nemen. Al de volgende dag blijkt dat gelukkig mogelijk te zijn en de
aanbetaling van 1500 euro valt Alfred eigenlijk best mee. Helemaal goed
gaat het nog niet daar in Thailand, want de opvoed oma heeft dringend
dure medicijnen nodig. Noi heeft haar verantwoordelijkheid genomen en de
benodigde 400 euro betaald van het geld dat eigenlijk voor het huis
bestemd is. Alfred stort dit bedrag maar snel op haar rekening, anders
gaat hun droomhuis misschien aan hun voorbij.
Twee weken voordat Alfred naar Thailand afreist krijgt hij een
telefoontje van Noi. In gebrekkig Engels en duidelijk geemotioneerd
vertelt Noi dat 'hun' huis verkocht dreigt te worden. Alfred vraagt Noi
alles nog eens per email uit te leggen. Die email krijgt hij omgaand en
dan blijkt dat hij zijn aanbetaling wel terug krijgt, maar dat de bank,
eigenaar van het huis, een koper heeft die direct kan beslissen. Alfred
baalt stevig. Alles leek op rolletjes te lopen en nu dit. Voor een
drogist neemt hij een snelle beslissing: Hij belt Noi en zegt haar het
huis te kopen. Het aankoopbedrag, nu nog ruim 21.000 euro maakt hij
vandaag over aan de bank, de eigenaar van het huis. Zo kan er helemaal
niets mis gaan denkt Alfred, het geld wordt direct gebruikt voor de
aankoop van het huis.
En dan gaat Alfred weer naar Thailand. Noi wacht hem al in Bangkok op.
In Nederland heeft Alfred een hotel voor 3 mooie exotische nachten
geregeld. Dan reist de verliefde drogist door naar Korat, naar hun
nieuwe, inderdaad fraaie, huis. Daar aangekomen treffen ze de dochter
van Noi, de Oma (beiden in blakend gezonde toestand) de Opa, de broer
van Noi en een oudere zus. 'Wat een ontvangst vindt Alfred!' Later op de
avond wil Alfred wel eens lekker naar bed en hij vraagt voorzichtig aan
Noi wanneer de familie vertrekt. Dit blijkt echter een misverstand. Alle
aanwezigen hebben, met instemming van Noi, hun intrek in het huis
genomen en zijn geenzins van plan daar ooit nog uit weg te gaan.
Na de hele situatie een paar dagen te hebben aangezien en van Noi
nogmaals duidelijk vernomen dat de familie echt blijft denkt Alfred: Dan
verkoop ik het huis toch, de rest van de familie bekijkt echt het maar.
Noi is het helemaal niet met hem eens, haar ogen staan strak op hem
gericht als dit besproken wordt. Nee dit lijkt helemaal niet op de
verlegen blik uit Pattaya, de ogen waarop Alfred verliefd werd. Als
Alfred zegt zijn plan echt door te willen zetten vertelt Noi hem dat de
eigendoms-papieren van het huis bij de bank liggen. In de middag gaat
Alfred naar de betreffende bank en vertelt dat hun huis zo spoedig
mogelijk verkocht dient te worden. Dan krijgt hij te horen dat Noi
vorige week de maximale hypotheek van 16.000 euro op hun huis heeft
opgenomen en dat er op korte termijn een eerste aflossing van hem
verwacht wordt.......
Alfred gaat niet meer terug naar 'zijn' huis. Hij begrijpt de situatie.
|
 HIJ IS Meneer Kaktus, was kijkcijferkanon met Doet-ie ’t of
Doet-ie ’t niet, maakt reclame voor Haribo snoep, schrijft kinderboeken en is
misschien wel de creatiefste tv-maker van Nederland. Peter Jan Rens (55)
verdween vier jaar geleden opeens uit het gezicht. Intussen maakt hij het in het
Verre Oosten. En hij heeft twee gezinnen. Eén met vijf aangenomen kinderen in
Bangkok en één met een volwassen dochter in Amsterdam Noord. Het bijzondere
leven van Peter Jan Rens…
Het DUBBELLEVEN van Rens Jan, Presentator onderhoudt twee gezinnen
Er zijn heel veel dingen klaar in het leven van Peter Jan Rens. Hij verblijft
tegenwoordig afwisselend drie weken in Bangkok en één week in Nederland. En hij
is gelukkig in twee gezinnen. Twee jaar geleden liet hij een foto afdrukken op
de Meneer Kaktus-internetsite. Peter Jan stond in dikke jas op de Chinese Muur.
Hij schreef er toen bij dat hij nog niet zo veel kon onthullen over waar hij mee
bezig was. Intussen is dat wel zo. „Ik heb de eerste tijd zoveel gereisd dat ik
wel leek te wonen in de businesslounges van vliegvelden”, vertelt hij als altijd
guitig. „Nu woon ik me in twee landen. En ik breng de tv en filmbusiness die ik
in Thailand doe, nu weer hier aan de man. Het kan vreemd lopen.”
Dat geldt ook voor het gesprek met Peter Jan. Nadat hij eerst uitgebreid heeft
verteld over zijn zakelijke successen is er een opmerkelijke wending. We flitsen
naar liefdesrelaties. Geanimeerd vertelt hij over Oosters zakendoen. „Wat je
daar in Azië meemaakt is geweldig. Ik heb veel geleerd. De kunst is overal
binnen te komen met mooie assistentes. Die zeggen dan dingen als: ’Mijn geliefde
baas komt over vijf minuten’. Echt leuk, en als zo’n hoge Piet dan over zijn
mooie minnares in Birma begint, moet je niet bescheiden fluisteren, maar hardop
je bewondering uitspreken. Dat doen al zijn medewerkers aan de vergadertafel. En
je moet zelf iets bijdragen aan de discussie. Ik pas me aan, ik praat altijd
over mijn vroegere minnares. Zij was beroemd in een popgroep, heel prachtig en
heette Angela Groothuizen… Wij hebben natuurlijk echt een liefde beleefd samen.
Dat was heerlijk en we zijn nog steeds vrienden. Zij treedt ook op in het
programma van omroep Max dat ik heb opgenomen. Dat wordt in juli uitgezonden.”
„Ik ben in Bangkok thuis, maar in Amsterdam ook”
Er valt een stilte. En dan komt het opmerkelijke verhaal er opeens uit. In
Amsterdam leeft Peter Jan nog altijd samen met levenspartner Joke, met wie hij
dochter Lutein van intussen 25 jaar heeft. Zij werkt bij Endemol. Peter Jan is
zeer trots op haar. In Bangkok, vertelt hij, heeft hij echter ook een gezin. Hij
kijkt me schattend aan en besluit de feiten gewoon op tafel te leggen. „Ik woon
in het centrum van Bangkok met een prachtige Thaise vrouw van 32 jaar, haar zus,
haar moeder en vijf kinderen. Op mijn verzoek vertelt deze vrouw dat ze mijn
partner is. Dat is voor haar handig en voor mij. En ik voed de kinderen op. De
oudste twee zijn meisjes, Net van 15 en Dia van 10, en de andere drie zijn
jongens. De jongste hebben we op straat gevonden. We vermoeden dat hij een jaar
of vijf, zes is. We hebben hem ontwormd en aan de politie gemeld dat hij bij ons
is. Maar er is niemand voor hem gekomen. Dus zorgen we ook maar voor hem. Ik heb
dus een echt gezin in Bangkok.”
Peter Jan leest de grote verbazing van mijn gezicht: „Ik heb echt geen
liefdesrelatie met die vrouw. Mijn lieve Joke uit Amsterdam weet overal van.
Maar ik doe het puur voor de gezelligheid. Ik leef in Thailand als de vader van
de familie. Ik heb een Thaise vrouw die voor me zorgt en er zijn kinderen om me
heen. Ik geef haar status, zij mij zorgzaamheid. Als ik morgen terugvlieg zit
zij met de kinderen op me te wachten.” Gebaart: ”Het is toevallig ontstaan. Ik
ontmoette haar en het is er zo van gekomen. Ik had geen zin om wekenlang in zo’n
compound voor buitenlanders te gaan wonen en dan een maid in dienst te nemen.
Dat is eenzaam; niemand maakt een ontbijt voor je, de prostituees staan in de
rij en er is geen gezelligheid. Nu leef ik Thais. Mijn Thaise vrouw is streng
religieus boeddhistisch en de kinderen die we in huis hebben beschouwen mij als
hun vader. Zo zorg ik ook voor hen. Dat is geweldig om te doen. Ik heb de
meisjes op een dure Thaise privéschool gedaan en ze leren ijverig alles wat er
maar te leren valt. Ik voel me trots als ze me ’s ochtends om half zes in hun
schooluniform gedag komen zeggen. En zij waarderen dat ze niet op blote voeten
naar het buurtschooltje moeten. Dan doe je toch iets goed? De jongens help ik op
de computer en ik geef Engelse les.”
Peter Jan vertelt vrolijk verder. „Er gebeuren zulke bijzondere dingen. De
houding van de mensen daar is zo anders dan wij hier gewend zijn. Voorbeeldje.
Ik zei al dat de oma en de zus van mijn Thaise ook in ons huis woonden. Nou
iedereen heeft een taak. En oma is verantwoordelijk over het hek. Zij doet dat
echter nogal schichtig en laatst had ze de auto van een vertrekkende taxi
gevangen. Ik wilde de schade van de deuk vergoeden, maar de chauffeur
vergoeilijkte dat hij dan maar sneller door de poort had moeten rijden. Het werd
een heel gedoe. Ik begrijp er niet zoveel van behalve dan dat hij nu altijd op
onze klandizie kan rekenen.”
Peter Jan lacht: „Ik ben nu gelukkiger dan toen ik alleen op de Nederlandse
televisie was. Ik leef meer in de hele wereld. Ik begrijp niet alles, maar
geniet van de oosterse wijsheden. Weet je, je weet niet alles als je in
Nederland woont. Dat besef bracht mij er vier jaar geleden ook toe ’ja’ te
zeggen tegen het krankzinnig voorstel van een Thaise relatie, eens in zijn land
te beginnen.”
Schokschoudert: „Ik heb nu een eigen productiebedrijf een mannetje of zes in
dienst. We maken tv-programma’s, internetspelletjes, sms-games en we adviseren
bij bioscoopfilms. Ik praat nu over de distributie van een waanzinnige Thaise
animatiebioscoopfilm over een olifant. In de categorie Shark Tale en The
Incredibles. Bij die film heb ik ook geholpen bij het ontwerpen van het
uiterlijk van de olifant. Zijn ogen moesten groter, dat is ontroerend. En ze
zaten met zijn kont. Een olifantenkont is sterk, maar moet ook ietwat
aandoenlijk hangen.”
Ik onderbreek hem. Wil nog even terug naar zijn bijzondere manier van leven.
Niemand in Nederland gaat geloven dat hij geen seksuele relatie heeft met de
Thaise. Hij kijkt bedachtzaam: ”Ik bedoel hier dus niks mee, maar er is een
wijze les die ik van mijn moeder leerde. Die les zegt dat eerlijkheid soms
zoveel pijn doet dat het niet eerlijk is om altijd de waarheid te vertellen.”
Vanmiddag is hij in het Amsterdamse zorgcentrum waar vroeg dementerenden samen
leven met hun gezin. „Joke doet daar geweldig werk. Zij is gespecialiseerd in
die materie. Ik heb een mobiele telefoonapplicatie bedacht die de mensen daar
gaat helpen: mobile coaching. Daarmee kun je de mobiele telefoon van
bijvoorbeeld je oude moeder bellen, en zonder dat zij hoeft op te nemen tegen
haar praten of luisteren of het goed met haar gaat. Ontzettend handig want
diegene hoeft zelf niet precies te weten hoe het ding werkt; een tikje tegen het
toestel zorgt er ook voor dat de telefoon van de coach gaat rinkelen.”
„In begin woonde ik zowat in de businesslounges van de vliegvelden”
Duizendpoot Peter Jan leunt achterover. Ik herhaal mijn vraag hoe zijn vrouw
Joke het allemaal volhoudt. Hij is een week bij haar en vertrekt dan weer drie
weken naar zijn Thaise gezin. Joke moet toch wel de meest flexibele mens op
aarde zijn. Peter Jan knikt: „Zij heeft het bestaan van de vrouw van een zeeman.
En vindt het prima. Er past een Oosterse wijsheid bij: het doel van een relatie
is dat je elkaar beter laat functioneren. Zolang dat het geval is, is de liefde
gewaarborgd...” Peter Jan laat een echte stilte achter als hij wegloopt. Wat een
bijzondere man en wat een bijzonder leven...
|
|
Met plezier zal de 53-jarige Gerrit Verspuij
nooit meer naar Thailand vliegen. Misschien gaat
hij er zelfs nooit meer heen, hoewel hij er een
dochter van veertien heeft rondlopen. Voor de
Thaise wet is hij ook getrouwd met haar moeder.
Al een jaar of zestien is Thailand het tweede
thuisland van de in Gorinchem geboren en getogen
maar verder in Rotterdam wonende Gerrit. Dat is
nu niet meer het geval, want zijn huis in het
Nieuwe Westen van die stad is hij kwijtgeraakt
door zes maanden afwezigheid. In afwachting van
een andere woning woont de tuinman tijdelijk op
de zolder van het koetshuis van zijn werkgever
even buiten Rotterdam. Sinds vijf jaar werkt
Gerrit Verspuij er op het landgoed waar hij het
prima naar zijn zin heeft. Het begon allemaal in
januari. Gerrit Verspuij, die in Nederland
behalve zijn werkgever kip noch kraai heeft,
vloog volgens planning voor een maand of drie
naar Thailand voor bezoek aan vrouw en dochter
in Chang Rai in het noorden van het land. De
twee hebben nog enige tijd in Nederland gewoond,
maar hielden het hier niet uit. Gemis aan eigen
cultuur en klimaat veroorzaakte hevige heimwee.
In de loop van jaren heeft Gerrit vanuit
Nederland voor hen een woning met een
pensiongedeelte laten bouwen. Ze voorziet
daarmee in eigen levensonderhoud, tot
wederzijdse tevredenheid.
Tijdens het verblijf ging het mis met de relatie.
Gerrit Verspuij wil er vanwege opspelende emotie
niet over praten. Hij raakte in verwarde
toestand, wist niet goed meer wat hij deed en
vergat ook zijn verblijfsvergunning te verlengen.
Een fietstocht naar het plaatsje Chang Mai
luidde voor hem een donkere periode in. ‘Dat was
op zaterdag 26 april om acht uur ’s morgens.
Iemand van de toeristenpolitie controleerde mijn
papieren en constateerde dat de
verblijfsvergunning verlopen was. Dus werd ik
opgebracht naar een keurig ingericht en
kraakhelder politiebureau. Na verhoor ging een
tussendeur open en kwam ik van de hemel in een
grauwe betonnen bunker zonder ramen met
ziekmakende neonverlichting. Het waren vier door
tralies afgescheiden ruimten van zes bij zes
meter met in elk van de ruimten tussen de
vijftien en veertig gevangenen. Drie voor mannen
en een voor vrouwen, voornamelijk Birmezen, ik
was de enige witte. Overdag was het een grote
braadoven van tussen de 40 en 45 graden. Niet om
uit te houden.’
Omdat Gerrit Verspuij vermoedde dat het allemaal
wel eens lang kon gaan duren, hield hij een
dagboekje bij. Hij raadpleegt: ‘Op 28 april werd
ik overgebracht naar een rechtbank en
veroordeelt tot een boete van duizend bath of
vijf dagen zitten. ‘Geld had ik niet meer, ik
was alles kwijt,’ vertelt hij. ‘Dus naar de
gevangenis. Geweldig goed was het daar, schoon,
helder, goed drinkwater en prima eten. Van de
hel was ik in de hemel gekomen. Mijn geluk bij
een ongeluk duurde maar vijf dagen, want na mijn
straf te hebben uitgezeten moest ik terug naar
de bunker in de politiepost. Dat werd een
aanzwellende mensonterende hel. Op mijn
verzoeken voor contact met het consulaat of de
ambassade werd niet ingegaan. Met zijn veertigen
in de kleine ruimte moesten we het doen met een
toilet, een kraan, zittend slapen, inademen van
door scheten bezwangerde lucht en verder
afrekenen met ratten en muggen. Drie keer per
dag kreeg ik een portie rijst. Gelukkig hebben
die Birmezen, die veel bezoek kregen dat fruit
meebracht, me op de been gehouden. Door hun
vriendschap en medemenselijkheid ben ik in leven
gebleven. Nee, afgeranseld of misbruikt ben ik
niet. Die verhalen ken ik, maar die harde
werkelijkheid is gelukkig aan mij
voorbijgegaan.’
Bij de werkgever van Gerrit Verspuij groeide na
de afgesproken drie maanden onrust over zijn
uitblijven. Hij was immers altijd stipt en had
nimmer 1 dag verstek laten gaan. Op bureau
Marconiplein in Rotterdam deed deze aangifte van
vermissing. Op koninginnedag 30 april, toen de
werkgever met zijn kroost meedeed aan een
rommelmarkt, kreeg hij van de
Vreemdelingenpolitie het verlossende telefoontje
dat Verspuij in Thailand gevangen zat. Op zijn
beurt wendde hij alle beschikbare kanalen aan om
zijn tuinman behouden terug naar Nederland te
krijgen.
‘Zijn landgoed kreeg door onkruid allerlei
vreemde vormen en daar moest toch iets tegen
gedaan worden,’ kan Verspuij nu als grap laten
vallen. De werkelijkheid is dat hij een
uitstekende band, en andersom, met de familie
heeft waar hij voor werkt. Dankzij de werkgever
kreeg Gerrit Verspuij op 14 mei eindelijk bezoek
van iemand van de ambassade. ‘Daar stond ineens
een witte man in een wit overhemd voor mijn
neus. Hemel, wat was ik blij. Die man zei dat
hij me naar Bangkok zou laten overbrengen en dat
het dan verder wel goed zou komen. Mijn
werkgever had intussen aangegeven financieel
volledig garant te staan en alle kosten te
betalen.’
Gerrit Verspuij werd overgebracht naar een
asielzoekersuitzetcentrum. ‘Daar zaten honderden
mensen opgesloten voor een klein vergrijp, wit
en bruin van overal ter wereld en sommige al
jaren, in afwachting van uitzetting. Onder hen
vijftig europeanen. Vertrekken kan pas als iets
of iemand voor hen garant staat voor betalen van
de vliegreis naar het thuisland. Ook in dat
centrum was de situatie mensonterend en zo
corrupt als de betekenis van corrupt maar kan
zijn.’ Wat Verspuij het meest bevreemd was het
maandelijkse bezoek van de diverse consulaten.
‘Die kwamen hun landgenoten dertig euro zakgeld
brengen voor het kopen van extra voedsel of
sigaretten. Dat geld kan er wel af, maar een
ticket betalen naar huis niet. Het is allemaal
zo krom als een hoepel.’
Op donderdag 5 juni vertrok hij onder
begeleiding naar het vliegveld. Daar volgde een
enorme teleurstelling want Gerrit Verspuij werd
toegang tot het KLM-vliegtuig geweigerd. Er
ontbrak een ambassadedocument dat de
vliegmaatschappij ontslaat van
verantwoordelijkheid voor hem. Terug dus naar
het uitzetcentrum om dan eindelijk… eindelijk op
zaterdag 7 juni het land vliegend te verlaten.
Op Schiphol werd Gerrit Verspuij afgehaald door
zijn werkgever. Direct daarna is hij weer aan
het werk gegaan en probeert hij alle mis?re te
vergeten. Maar: ‘Dat lukt me niet en daarom wil
ik naar het RIAGG. Dat het twee dagen verlopen
van mijn visum zulke gevolgen heeft gehad is wel
het ergste wat ik in mijn leven heb meegemaakt.
Laat dit een wijze les zijn voor andere
Nederlanders die naar Thailand reizen. Gelukkig
dat er nog zulke goede mensen zijn als mijn
werkgever. Die man is voor mij een ware
weldoener, als hij niet voor me was opgekomen,
zat ik nu nog in die politiecel.’ |
HET 'BANGKOK HILTON', WAAR
ZELDEN IEMAND UITCHECKED.....
Bangkok Hilton is een ietwat
cynische bijnaam voor Bang Kwang Prison, een
maximum security gevangenis voor lang gestrafte
mannen. Het leeuwedeel van de populatie zit er
opgesloten voor drugsdelicten met straffen van
25 jaar tot levenslang. Een klein aantal zit in
de dodencel, met 9 kilo zware kettingen, die aan
de enkels gelast zijn.
De kettingen gaan na de executie, die sinds 2003
om “humanitaire redenen” in navolging van een
aantal staten in de VS, per dodelijke injectie
plaatsvindt, mee de verbrandingsoven in van de
gevangenistempel.
De overige gevangenen, die straffen uitzitten
tussen de 25 jaar en levenslang, delen 16 uur
per dag een cel van 6 bij 4 meter met 20 tot
dertig medegevangenen. In de cel bevindt zich
een hurktoilet dat door de gevangenen schoon
gehouden moet worden met vier emmers water per
dag. Onder deze claustrofobische omstandigheden
zijn de stank, irritatie, ziektes en wanhoop,
niet of nauwelijks voor te stellen.

De overige uren van de dag
worden doorgebracht in werkplaatsen en voor
diegenen met genoeg geld zijn er zelfs
sportfaciliteiten, cursussen en ander vermaak,
maar dan moet wel de pinpas getrokken worden.
Een slaapmatje kost in Bang Kwang honderdvijftig
dollar, vandaar de bijnaam “Bangkok Hilton”, de
meest essentiele zaken voor het levensonderhoud
zijn in Bang Kwang griezelig duur.
De gevangenisdirectie deelt geen beddegoed uit
en de meeste gevangenen zijn genoodzaakt klusjes
te doen voor medegevangenen (westerlingen) die
wel geld hebben, om zo iets bij te verdienen.
Door de enorm lange straffen dijt de gevangenis
populatie alleen maar uit. Er wordt af en toe
een westerling vrijgelaten, wiens thuisland een
deal heeft gesloten met Thailand, waarin de
betrokkene na een x-aantal jaar zijn straf
‘thuis’ uit kan zitten (Nederland is een van die
landen), maar voor de meesten is Bang Kwang het
eindstation.
|
|
|
Of hij na zeven jaar een hekel heeft gekregen aan Thailand? ,,Nee, nee. Ik vind
het een ontzettend aardig land, waar je fantastisch kunt leven,’’ zegt Charles
Schwietert, thuis in ’s Graveland.
,,Enige probleem: het strafrecht en de gevangenissen. Die zijn echt van een
middeleeuws kaliber.’’ Hij kent de mensonterende bajesen van Bangkok van binnen,
maar was er slechts op bezoek.
Want zelf heeft Schwietert in Bangkok een prima tijd gehad. Lekker gewerkt, goed
geleefd. En, groot geluk, hij bleef uit de handen van het leger nietsontziende
Thaise Schatjes. Zijn geheim? ,,Ik ben al jaren heel leuk getrouwd, zat daar met
mijn gezin en had mijn midlifecrisis al achter de rug.’’ Honderden Hollandse
mannen gingen wel voor de bijl. Van kleine krabbelaars tot geslaagde zakenlui,
stuk voor stuk werden ze stapelverliefd op lieve Thaise meisjes. Die
blindmakende liefde stortte hen echter één voor één in diepe ellende. ,,Ik heb
er zo veel langs zien komen,’’ vertelt Schwietert over zijn werk als directeur
van de Nederlands-Thaise Kamer van Koophandel in Bangkok.
In Bangkok gaan liefde en zaken nooit samen
,,Ik wil een zaak beginnen, was het dan. Maar wil je daar iets opzetten, heb je
altijd een Thaise partner nodig. Nou, die hadden ze wel. Dan stond daar een
meisje met lange zwarte haren, dat met een schoenlepel in haar spijkerbroek was
gehesen. Ik moet zeggen: dat zeg er meestal best smakelijk uit. Maar het was
niks om daarmee in zaken te gaan.’’
Hij heeft ze allemaal negatief geadviseerd. ,,Je wordt letterlijk en figuurlijk
door ze uitgekleed, hield ik ze voor.’’ Maar niemand luisterde. ,,Ja, maar dit
meisje is écht anders, zeiden ze dan. Waarom? Ze zegt dat ze van me houdt, dat
ze echt om me geeft.’’
Schwietert lacht smalend. Weet hoe de Thaise schatjes werken. Ze ruiken geld en
hebben honderden trucs om die harde euro’s binnen te krijgen. De verliefde
farang (buitenlander) verliest eerst zijn verstand, daarna zijn vermogen en soms
zelfs zijn leven. ,,Ik heb het allemaal opgeschreven. Omdat het mooie verhalen
zijn, maar ook om mensen te waarschuwen.’’ Zijn boek heet toepasselijk Thaise
Schatjes.
Schwietert beschrijft de verhalen van lust, list en bedrog met volop couleur
locale. Hij heeft die obscure bars zelf ook geregeld bezocht. Schwietert woonde
er om de hoek, maar liet zich niet het hoofd op hol brengen door schatjes als
Fon en Siripon. Die namen zijn verzonnen. Het boek is ‘gebaseerd op ware
gebeurtenissen’, maar is het ook conform de waarheid? ,,Iedereen die Thailand
kent, weet dat deze verhalen echt zijn,’’ zegt Schwietert. Hij wil niet
bemiddelen voor een interview met een van de berooide mannen uit zijn boek.
,,Die mensen voelen er niets voor om hun ellende aan het AD te vertellen. Ze
zijn een beetje gek, zeg. Bovendien: toen ik zelf indertijd opstapte als
staatssecretaris, hebben sommigen iets te hard op mijn lijk staan trappen. Ik
vind dat ik dat anderen niet moet aandoen.’’
Aan zijn eigen avontuur in Thailand kwam vorig jaar een abrupt einde toen zijn
zakenpartner Edwin van den B. werd opgepakt voor belastingfraude. Die zat elf
maanden in een Thaise cel, voordat hij aan België werd uitgeleverd.
Schwietert koos na een brute huiszoeking eieren voor zijn geld. ,,Ik was
brandschoon en dat is na maanden onderzoek ook gebleken. Het was beter om te
vertrekken.’’ Terug in Nederland heeft hij zijn oude vak opgepakt: de
journalistiek. ,,Ik schrijf boeken en artikelen. Ik schrijf voor god en iedereen.’’

€ 14,95
Paperback | 224 Pagina's | Bzztoh
ISBN10: 9045306735 | ISBN13: 9789045306735
|
 
Corruptie op vliegveld.
Wie vanuit de Thaise hoofdstad Bangkok de thuisreis wil aanvaarden na
een al dan niet aangename vakantie, doet er goed aan zeer voorzichtig te
handelen in de taxfree-shop van de luchthaven. Onvoorzichtige reizigers
lopen de kans achter de tralies te belanden. Dit meldt de website van de
BBC.
Dat overkwam althans twee IT-experts uit Cambridge, Stepehen Ingram en
Xi Lin, die vanuit Bangkok terug wilden vliegen naar Engeland.
Voordat hun vlucht vertrok deden zij nog even de belastingvrije winkel
van het vliegveld aan. Even later werden zij door bewakingspersoneel
aangehouden en verzocht hun tassen te openen. Op hun vraag wat er aan de
hand was, werd hen verteld dat er een portemonnee was gestolen en dat op
de beelden van de bewakingscamera te zien zou zijn dat Xi Lin die had
weggenomen. Er werd echter niets gevonden.
Zij werden meegenomen en in een kantoor van de politie op het vliegveld
vastgehouden. Zij werden apart verhoord op een, volgens Stephen Ingram,
zeer intimiderende manier. Hen werd gedwongen te vertellen waar de
portemonnee was. Vervolgens werden de twee opgesloten in een cel op het
vliegveld, die volgens Ingram, vochtig, smerig en met bloed op de muur
was.
De volgende ochtend kregen zij een tolk toegewezen, een man van Sri
Lankaanse afkomst, genaamd Tony. Tony verklaarde wel meer met de politie
samen te werken. Ze werden door Tony meegenomen naar de lokale
politie-officier en waren de volgende drie uren verwikkeld in een
discussie hoeveel ze moesten betalen om vrij te komen. De klacht was
serieus en als ze niet zouden betalen, zouden ze worden overgebracht
naar de beroemde - beruchte is wellicht beter op zijn plaats - Bangkok
Hilton gevangenis. Het zou maanden kunnen duren voordat hun zaak voor
zou komen.
Uiteindelijk kregen ze te horen dat ze £7500 moeten betalen (bijna
€8000). Dat geld hadden ze niet, maar uiteindelijk wisten ze in totaal
ruim €4000 op te nemen. Dat geld werd als borg aan de politie
overhandigd en zij moesten een aantal papieren tekenen. Zij mochten
verblijven in een hotel op het luchthavencomplex, maar hun paspoorten
werden ingehouden en zij mochten het hotel niet verlaten en geen contact
opnemen met een advocaat of hun ambassade. Tony voegde er nog aan toe
dat hij ze in de gaten hield en dat ze daar moesten blijven tot het
volledige bedrag op de rekening van Tony was bijgeschreven.
De maandag erop slaagden zij er echter in ongezien uit het hotel te
ontsnappen en een taxi naar de stad te nemen. Zij gingen in Bangkok naar
de Britse ambassade, waar een employee hen alras wist te vertellen dat
zij slachtoffer waren geworden van een truc die veelvuldig voorkomt op
het vliegveld. Zij werden in contact gebracht met een Thaise advocaat.
Het resterende geld werd geregeld en de twee mochten gaan. Zij kregen
nog een document van de rechtbank waarin vermeld werd dat er niet
voldoende bewijs was en niet langer van de diefstal beschuldigd werden.
De twee gaan nu vanuit Engeland proberen het, ten onrechte, betaalde
geld terug te krijgen. Op een vraag van een reporter van de BBC
antwoordde Tony dat de helft van de €8000 bestemd was voor de borg en de
rest was gage voor het werk dat hij had moeten verrichten, zoals het
contact opnemen met een advocaat "om voor hun belangen op te komen".
Volgens Tony kunnen ze proberen het borg-geld terug te krijgen.
De plaatselijke politie-officier, kolonel Teeradej zei dat hij een
onderzoek zal instellen naar de behandeling, maar dat de overeenkomst
tussen de twee slachtoffers en Tony een private aangelegenheid is, die
de politie niets aangaat.
Intussen lijkt dit geval niet op zichzelf te staan. Berichten in lokale
media maken duidelijk dat meer mensen - buitenlanders - slachtoffer zijn
van dergelijke praktijken. Volgens se Deense ambassade zou een Deen ook
zo behandeld zijn en een Ierse wetenschapper zou erin geslaagd zijn met
haar man en één jaar oude zoon Thailand te ontvluchten nadat zij
beschuldigd was van het stelen van make-up ter waarde van €18.
Tony zegt dat hij dit jaar ongeveer 150 buitenlanders die moeilijkheden
hadden gekregen met de politie, "geholpen" heeft. Soms doet hij het voor
niets, zegt hij.
'Opheldering over straf smokkelaar'
Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft minister van Justitie Ernst
Hirsch Ballin om opheldering gevraagd over de strafomzetting van een
Nederlandse zakenman. Die stuurde een geringe hoeveelheid coca?ne en
marihuana per post vanuit Nederland naar zijn hotel in de Thaise
hoofdstad Bangkok en werd daar gepakt.
De smokkel kwam de man, Eef de F., in Thailand op 22 jaar cel te staan,
meldde tv-rubriek Nova donderdagavond. Op basis van het in 2003 gesloten
uitleveringsverdrag tussen Nederland en Thailand kan De F. naar een
Nederlandse gevangenis komen, maar zou hij in eigen land niet minder dan
zestien jaar moeten uitzitten.
Volgens hoogleraar internationaal strafrecht Geert-Jan Knoops is dat
buiten alle proportie: voor de gesmokkelde 9,8 gram marihuana en de 1,48
gram cocaine wordt in Nederland doorgaans een geldboete opgelegd. De
advocaat van De F. Robert Malewicz, zei in Nova dat gebleken is dat de
Thaise autoriteiten er geen bezwaar tegen hebben als De F. in Nederland
een "te verwaarlozen straf” zou moeten uitzitten.
Het ministerie van Justitie vraagt in uitleveringskwesties als deze
advies aan het gerechtshof in Arnhem. Het hof kwam daarbij uit op de
maximale straf van zestien jaar. Het ministerie zegt te begrijpen dat
deze straf door De F. als extreem lang wordt ervaren, maar dat die in
het licht van het uitleveringsverdrag onontkoombaar is.
Die hoge straf komt doordat het feit in Thailand is gepleegd en er in
Thailand zeer hoge straffen worden opgelegd voor drugsdelicten.” Volgens
het ministerie is aan het verzoek tot omzetting van de straf alle
vereiste zorg besteed en zijn de daarvoor geldende regels zorgvuldig en
correct toegepast”.
Coalitiepartijen PvdA en Christen Unie willen dat Hirsch Ballin binnen
enkele dagen in een brief uitlegt hoe hij tot zijn beslissing is gekomen.
Oppositiepartijen SP, GroenLinks, D66 en VVD hebben de bewindsman
schriftelijke vragen gesteld.
Volgens Knoops heeft de minister wel degelijk de mogelijkheid om af te
wijken van het advies. Die ruimte is er wel”, zei hij in Nova. Nederland
is volgens hem niet gebonden aan het strafmaximum en bij het verdrag is
afgesproken dat van geval tot geval kan worden afgeweken.
Tien jaar achter de tralies in Thailand, DS. SPOOR ...eigen
verantwoordelijkheid...
Onder barre omstandigheden zat hij bijna tien jaar achter de tralies in
Thailand. Machiel Kuijt weer op vrije voeten in Nederland. „Verheugend”,
vindt ds. Spoor.
De predikant reist de hele wereld over. Bezoekt gevangenen in hun
verdrukking. Vanuit een cellencomplex in Paramaribo laat hij weten „verheugd”
te zijn over de terugkeer van Kuijt. Meermalen heeft hij de Amsterdamse
marktkoopman in zijn cel in Thailand opgezocht.
Nederland en Thailand hebben sinds 2005 een uitleveringsverdrag.
Koningin Beatrix en toenmalig minister Bot hebben zich persoonlijk
ingezet voor het verdrag, waardoor gevangenen na acht jaar kunnen
vrijkomen.
Ds. Spoor van stichting Epafras toont zich bezorgd. „Het proces heeft
lang geduurd. De Thaise autoriteiten hebben getreuzeld. Als je in een
verdrag afspreekt dat iemand na acht jaar kan vrijkomen, dan verwacht je
toch dat hij met achtenhalf jaar thuis zit. Machiel heeft de pech dat
hij de eerste kandidaat is, laten we hopen dat het voortaan wat sneller
verloopt.”
Hoe is de situatie achter de Thaise tralies? „Slecht. Gevangenen zitten
meestal dicht op elkaar gepakt. Met tien, twintig, dertig man tegelijk.
Het eten en de hygiëne zijn slecht. Er heerst een soort terreur onder
bewakers. Het systeem is niet alleen ingericht om mensen vast te houden.
Bewakers straffen de gedetineerden nog in hun straf. Ze maken de
omstandigheden bewust heel moeilijk.”
Hoe trof u Kuijt aan? „Vooral de eerste keer was het verschrikkelijk. Ik
heb Machiel gesproken door het gaas. We hebben staan roepen, 2 meter van
elkaar. Je kunt niet even samen aan een tafeltje gaan zitten. Vreselijke
toestanden daar. Onderschat niet wat het betekent om tien jaar lang geen
enkele privacy te hebben. Je kunt geen enkel moment je eigen leven
leiden.”
Sinds 1984 is Kuijt in Nederland verschillende keren in aanraking
geweest met Justitie voor (zware) geweldsmisdrijven, overtreding van de
Wet wapens en munitie, drugshandel en deelname aan een criminele
organisatie. In de Amsterdamse onderwereld is Kuijt geen onbekende.
Hebt u ooit iets gemerkt van spijt? „Drugssmokkel is een anoniem
misdrijf. Een smokkelaar benadeelt niemand en heeft niet het gevoel een
misdrijf te hebben gepleegd. Voor de wet is smokkel een misdrijf. Heb je
een meisje verkracht of iemand vermoord, dan heb je iemand wat aangedaan.
Bij smokkelaars kun je niet direct spreken over spijt”, vindt de
gevangenispredikant. „Bovendien heeft Kuijt altijd elke betrokkenheid
ontkend. Als hij niets gedaan heeft, dan voelt hij geen spijt, maar
rancune.”
Nederland slaagt er nu, na een heel diplomatiek circus, uiteindelijk in
veroordeelde gevangenen in Thailand eerder vrij te krijgen. Terecht? „Waarom
niet? De Nederlandse overheid heeft de taak op te komen voor landgenoten.
Of zij door eigen schuld in de problemen zijn gekomen maakt niet uit.
Mensen zijn om een paar kilo heroïne veroordeeld tot erg lange
gevangenisstraffen. Nederland protesteert niet tegen de straf, maar
tegen de lengte. We krijgen hen liever onbeschadigder terug, dan
beschadigd door een lange gevangenisstraf. Mensen moeten toch weer terug
in de maatschappij.”
Vragen drugssmokkelaars niet zelf om problemen?
„Natuurlijk is het hun eigen verantwoordelijkheid. Als iemand echter
wordt gewaarschuwd om niet te gaan wandelen in de bepaald berggebied,
maar hij doet het toch, dan sturen we toch ook een heli om te helpen als
hij in de problemen komt? Het is niet zo dat mensen in de gevangenis
slechter zijn dan daarbuiten, nee. Ook Paulus moest zeggen: Het goede
dat ik wil doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil dat doe ik.
Natuurlijk zal ook een gevangene een rouwmoedige droefheid over zijn
zonden nodig hebben.”
  |
|