|
Sifaa.nl Nieuws- en Informatie magazine voor Thailand en een
beetje Azie.
Nieuwsbrief
Colofon

Kindsoldaten actief in Zuid-Thailand

Volgens de Verenigde
Naties is iedereen onder de 18 jaar die in een oorlogsconflict wordt
ingezet als kok, sjouwer, boodschapper, klusjesman of strijder een
kindsoldaat. Ook wanneer ze niemand hebben gedood of verwond. Dus ook de
tieners die worden ingezet in het al jaren durende conflict in Zuid-Thailand
waar moslimmilitanten strijden voor een onafhankelijke islamitische
staat. Alleen zijn ze niet, zoals in landen als Birma of Liberia,
gehersenspoeld, onder invloed van drugs of drank, gedwongen of ontvoerd.
Ze werken uit eigen wil samen met volwassenen om hun dorpen,
gemeenschappen en scholen te beschermen tegen de islamitische
opstandelingen. Daarom valt het volgens mensenrechtenorganisaties en de
VN nauwelijks op dat er in Thailand ook sprake is van de inzet van
kindsoldaten. De strijd in de drie meest zuidelijke provincie, waar
media weinig aandacht aan besteden, heeft sinds 2004 ongeveer 4800
dodelijke slachtoffers opgeleverd.

Bomaanslagen, schietpartijen en messteken, vooral gericht op Thaise
boeddhisten, monniken, ongelovigen, onderwijzers, ambtenaren, militairen,
politieagenten en niet-separatistische moslims die banden hebben met de
overheid, zijn dagelijkse kost in de provincies Songkla, Yala en
Narathiwat. Omdat de Thaise regering het tij blijkbaar niet kan keren
heeft ze de hulp ingeroepen van burgers die een lappendeken van milities
vormen van ruim 50.000 mannen en vrouwen, die gewapend met geweren
patrouille lopen in hun dorpen. Betaald en gefinancierd door de overheid.
Volgens Child Soldiers International, een in Londen gevestigde
rechtenorganisatie die opkomt voor minderjarige soldaten, worden tieners
gevraagd om de rangen op te vullen. Onderzoek heeft uitgewezen dat
tieners van nog geen 14 jaar oud met geweren wachtlopen of wachtposten
bemannen. Met het gevaar om in een vuurgevecht terecht te komen.
Medewerkers van de Thaise Justice for Peace Foundation, die onderzoek
doet in de dorpen, spreken kinderen die juist erg betrokken zijn en de
noodzaak inzien van de beveiliging van hun dorp, de dorpelingen en hun
families. Ze gaan graag met hun wapens op de foto. Over het algemeen
worden de meeste jonge rekruten ingezet om boodschappen te doen,
verdachte buitenstaanders te bespioneren en thee te zetten voor
politieagenten. In vergelijking, zegt Justice for Peace, hebben Thaise
militiekinderen het natuurlijk beter dan die in Birma waar kinderen
gedwongen worden om mijnen te ruimen met het gevaar op verminking of de
dood, ze gedrogeerd worden en als volwassenen mee moeten vechten. Toch
zijn het volgens de definitie van de VN kindsoldaten alhoewel ze nog
geen meldingen of bewijzen heeft van gevallen waarbij kindsoldaten in
vuurgevechten zijn terechtgekomen. Daarom hebben de VN-onderzoekers er
bij de Thaise autoriteiten niet aangedrongen op een onderzoek naar te
jonge rekruten die in dienst zijn bij milities. Thailand ziet de opstand
als een binnenlands conflict en probeert er niet te veel ruchtbaarheid
aan te geven. Charu Late Hogg, onderzoeksmedewerker van Child Soldiers
International, ziet dat anders. “Zelfs lichte steun aan milities, die
vaak worden aangevallen door opstandelingen, plaatsen kinderen in de
vuurlinie. De dood is niet mooi. Daarom heeft Thailand de internationale
verplichting om situaties als deze te voorkomen.” Het exacte aantal
kinderen dat samenwerkt met Thaise milities is onbekend. “Ons onderzoek
is niet volledig omvattend en richt zich alleen op een van de vele
milities. Maar dit is slechts het topje van de ijsberg,” zegt Hogg.
Nog veel onduidelijker is hoeveel islamitische separatistische
groeperingen tieners in dienst hebben. Maar volgens Child Soldiers
International maken zij zich ook schuldig aan het rekruteren en trainen
van kinderen voor gevechtshandelingen.
In de drie zuidelijke provincies waar de opstandelingen het leven
onveilig maken heerst een ‘wapencultuur’. Islamitische en Boeddhistische
kinderen gaan naar scholen die tot forten zijn omgebouwd. Militanten
zien lesinstituten als doelwit omdat ze die volgens hen een gevaar zijn
voor hun zaak: een islamitische staat en aansluiting bij Maleisië.
Volgens een schoolhoofd, die bezocht werd door een journalist van de
Global Post, heeft 30 % van de leraren een pistool bij zich wanneer ze
voor de klas staan.
In
reacties op de aantijgingen van Child Soldiers International en de
Justice for Peace Foundation heeft Thailand de milities verboden om
mensen jonger dan 18 jaar oud te werven. Maar zegt Justice for Peace,
het probleem blijft bestaan in diepe zuiden, een weerbarstig achterland
ver weg van Bangkok waar ambtenaren van oudsher moeilijk de wil van de
overheid kunnen opleggen. De stichting is druk bezig een nieuwe
strengere wet voor te bereiden, om die aan de regering voor te leggen,
waarin het al verboden wordt voor kinderen om voor militieleden voedsel
te halen of klusjes te doen, een mate van betrokkenheid die technisch
voldoet aan de VN-definitie van kindsoldaten.
In 2006 heeft Thailand een VN-conventie ondertekend over ‘de
betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten’, die de VN
bevoegdheden geeft om waarnemers te sturen naar oorlogsgebieden om te
onderzoeken of er kindsoldaten actief zijn. Bij dergelijke bevindingen
kan Thailand op dezelfde lijst komen als Afghanistan en Somalië.
Ondanks dat de VN geen onderzoek gedaan heeft naar de daadwerkelijke
inzet van kindsoldaten in Thailand is er in 2008 wel onderzocht in
hoeverre kinderen te maken kunnen krijgen met psychische schade als
gevolg van geweldshandelingen. Daarin staat dat ze elke dag bloot staan
aan plotseling contact met bloedvergieten, dood, letsel angst en
verdriet.
“Het geweer is een deel van de mannelijke trots geworden in het zuiden
voor zowel boeddhisten en moslims. Wat zorgen baart is dat kinderen niet
voldoende geïnformeerd worden over de gevaren van wapens.”aldus een
verklaring van Justice for Peace.
|