Charlie

Charlie leerde ik kennen kort nadat hij hier in het dorp, samen met zijn vriendin, was komen wonen.
Charlie was een Zwitser van begin 50 jaar. De vriendin had hij leren kennen toen zij schoonmaakster was in zijn hotel in Pattaya. Hoe ze dan hier in een dorp in noord Thailand terecht kwamen is mij ontschoten.
Waarschijnlijk verveelde Charlie zich, logisch als je de drukte van Pattaya gewend bent,en nu in een dorp woont  waar helemaal nix te beleven valt en dus kwam hij af en toe, met zijn klapstoel, in de schaduw van de bamboo struiken voor ons huis zitten, voor een praatje dus. Zo vertelde hij hoe hij aan zijn vriendin is gekomen en dat hij nog steeds getrouwd is met een Thaise uit Korat, waar hij voordien woonde.

In Korat kocht hij een huis voor zijn hele lieve vrouw en kort daarna trouwden zij. Nog dezelfde dag, toen het huwelijk was ingeschreven was er met zijn vrouw geen land meer te bezeilen. Ze ging op de bank zitten en verder niets, ze kookte niet, maakte het huis niet meer schoon, Charlie mocht niet meer aan haar zitten enz. Na enige tijd is Charlie van ellende maar in zijn auto gestapt en huurde een hotelkamer in Pattaya en nu wonen zij dus in ons dorpje in noord Thailand.

Na enkele maanden werd Charlie ziek.
Na onderzoek in het ziekenhuis bleek hij kanker te hebben en moesten zijn ballen weggehaald worden. Volgens de dokter was hij er vroeg bij, zonder uitzaaiingen. Maar dat bleek te vroeg gezegd, want zo’n 2 maanden later kon hij niet meer plassen en toen bleek dat de kanker in heel zijn lijf zat. Het niet kunnen plassen is een zeer pijnlijke zaak en Charlie liet een ambulance komen om hem naar het ziekenhuis in Chiang Mai te brengen. De kosten van de ambulance vielen hem zwaar tegen, want hij wilde zijn geld voor zijn vriendin bewaren en toen hij voor een volgende keer weer naar het ziekenhuis moest, vroeg hij de buurman hem te brengen. Als beloning gaf hij hem zijn dure viagra’s, die had hij toch niet meer nodig. Maar de buurman werd kwaad, die wilde geld want aan viagra’s had ook hij nix omdat hij een hartkwaal heeft. Nadat de vriendin van Charlie het mij vertelde bood ik aan om een volgende keer voor hen te chauffeuren.

Charlie had echt pijn en lag in de bijrijdersstoel in de slaapstand te creperen, toen ik hem bracht. Charlie is niet meer thuis gekomen. Na zijn overlijden verbleef hij 3 dagen in de tempel en 3 dagen en nachten bleef zijn vriendin bij hem waken.

Op de dag van de crematie ging ik er ook weer heen. Op een platte kar werd de kist met Charlie door het dorp getrokken, waarbij ik meedeed. Bij de brandplaats aangekomen, want een crematorium kan ik het niet noemen, bleek ook Charlie’s officiele echtgenote aanwezig. De vriendin van Charlie vertelde mij dat de echtgenote vanmorgen gekomen was om de auto en het huis op te eisen. De auto moest worden afgestaan, maar het huis had Charlie op de naam van zijn vriendin gekocht.

Na het bidden van de monniken werden namen om geroepen om de monniken een pakket met o.a. een oranje monniks-pij te geven. Verrast was ik toen mijn naam werd omgeroepen. Ik kreeg ook zo’n pakket en was als derde aan de beurt maar wist niet goed hoe en wat te doen. Gelukkig stond er iemand van de tempel bij die in keurig Engels mij vertelde wat te doen.

Na het afscheid nemen van Charlie werd met behulp van vuurwerk de kist in vuur en vlam gezet.

Regelmatig denk ik nog aan Charlie. Rust in vrede vriend.